Regeringsvormen

Gerelateerde afbeelding

staatsvormen Staten kunnen groot of klein zijn. Zij kunnen intensieve verbindingen hebben met andere staten of volledig op zichzelf staan. Het gezag binnen een staat kan centraal zijn of gespreid. Nederland is te beschouwen als een eenheidsstaat, met als bijzonderheid dat er sprake is van een gedecentraliseerde eenheidsstaat. Dat wil zeggen: Nederland kent een centraal gezag, dat delen van de wetgevende en bestuurlijke taken laat uitvoeren door lagere overheden binnen de staat.
Naast eenheidsstaten kunnen de volgende staatsvormen worden onderscheiden: De statenbond. Bij een statenbond gaat het om zelfstandige staten, die hun eigen soevereiniteit hebben behouden, maar die hebben besloten om op bepaalde onderdelen van de staatstaak internationaal samen te werken, bijvoorbeeld op het gebied van defensie. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (1581-1795) is een voorbeeld van een statenbond.
De bondsstaat (federatie). Bij deze staatsvorm hebben de samenwerkende staten hun zelfstandigheid grotendeels prijsgegeven en hun gezag afgestaan aan een centraal gezag van de federatie. Voorbeelden van deze staatsvorm zijn de Verenigde Staten van Amerika en de Bondsrepubliek Duitsland. Anders dan in een eenheidsstaat en een statenbond is de burger van een bondsstaat onderworpen aan zowel de wetten en het bestuur van de bond als aan de wetten van de deelnemende staat.
Het gezag in een staat wordt uitgeoefend door de regering. De bekendste regeringsvormen zijn de monarchie en de republiek. Een monarchie kenmerkt zich in het algemeen door het feit dat het staatshoofd (de vorst, de koning en dergelijke) door erfopvolging zijn functie verkrijgt. In een republiek wordt het staatshoofd niet door erfopvolging aangewezen, maar (meestal voor een bepaalde periode) gekozen of benoemd. Dit onderscheid tussen monarchie en republiek, dat overigens zonder wezenlijke vergaderruimte leeuwarden betekenis is, zegt echter nog niets over de feitelijke machtsverhoudingen in de staat. Binnen de twee vormen kan onder meer de invloed van de burgers op de machtsuitoefening sterk variƫren. Uitersten daarbij zijn een dictatuur, die geen invloed van de burgers duldt, en een democratie, die uitgaat van een sterke invloed van de burgers. Van een democratie is sprake wanneer de staatsmacht over verschillende organen is verdeeld, de burgers zeggenschap hebben over de uitoefening van de staatsmacht via vrije en periodieke verkiezingen, en de individuele vrijheid van de burgers maximaal is. Die individuele vrijheid mag echter niet zo ver gaan dat de kansen van andere burgers op een menswaardig bestaan in gevaar komen maar mag ook niet te veel beperkt worden, ook al zou dat zogenaamd voor het algemeen belang geschieden. Bij een dictatuur ontbreken die zeggenschap en die vrijheid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *