Het referentiepunt

Het ontbreken van het referentiepunt op de onverschilligheidskaart is een verrassend geval van verblinding door theorie omdat we zo vaak gevallen tegenkomen waarin het referentiepunt duidelijk van belang is. Bij arbeidsonderhandelingen begrijpen beide partijen heel goed dat het bestaande contract het referentiepunt is en dat de onderhandelingen zich kantoor huren maastricht zullen richten op over en weer geëiste concessies met betrekking tot dat referentiepunt. En de onderhandelende partijen tonen ook begrip voor afkeer van verlies: concessies doen is pijnlijk. We hebben veel persoonlijke ervaring met referentiepunten. Als u ooit van baan bent veranderd, of zo’n verandering zelfs maar hebt overwogen, herinnert u zich vast wel dat u de kenmerken van de nieuwe omgeving als plussen en minnen hebt gescoord op basis van uw oude omgeving. Misschien hebt u ook opgemerkt dat de nadelen in de beoordeling zwaarder wogen dan de kantoor huren breda voordelen: dat afkeer van verlies hierbij een rol speelde. Het is moeilijk een verandering te accepteren die geen verbetering is. Het minimumloon dat
27. Het bezitseffect 309
werklozen voor een nieuwe baan zouden accepteren, bedraagt bijvoorbeeld gemiddeld 90 procent van hun vorige loon, en vermindert met minder dan rn procent in de loop van een jaar. 2 Om in te zien hoe sterk het referentiepunt van invloed is op keuzen, geef ik u het geval van Albert en Ben, twee jonge werknemers bij hetzelfde bedrijf met overeenkomstige voorkeuren in hun levensstijl. Op dit moment zijn ze werkzaam in identieke startposities, met weinig inkomen en weinig vrije tijd. Hun huidige omstandigheden worden in figuur r r afgebeeld in punt r. Hun werkgever biedt hun twee verbeterde kantoor huren amsterdam posities aan, de posities A en B, en laat ze beslissen wie een opslag van rn.ooo dollar zal krijgen (positie A) en wie er elke maand een betaalde vrije dag bij zal krijgen (positie B). Omdat de keuze hen allebei onverschillig laat, gooien ze er een munt over op. Albert krijgt de opslag en Ben de extra vrije dag. Na enige tijd zijn Albert en Ben aan hun nieuwe situatie gewend. Nu stelt de werkgever voor dat ze van positie mogen ruilen. De standaardtheorie die in de figuur wordt afgebeeld, gaat ervan uit dat voorkeuren in de loop van de tijd stabiel blijven. De posities A en B zijn voor beide werknemers even aantrekkelijk en daarom zullen ze niet of nauwelijks aangemoedigd hoeven te kantoor huren haarlem worden om van positie te wisselen. In scherpe tegenstelling met de standaardtheorie stelt de prospecttheorie echter dat beide werknemers er zonder aarzeling voor zullen kiezen hun bestaande positie te behouden. Deze voorkeur voor de status-quo berust op afkeer van verlies.

Geef een reactie