De Woningwet

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Volgens de begripsbepalingen in het Bro is particulier opdrachtgeverschap: de situatie dat de burger of een groep van burgers – in dat laatste geval georganiseerd als rechtspersoon zonder winstoogmerk – volledige juridische zeggenschap heeft over en verantwoordelijkheid kantoor huren schiedam draagt voor het gebruik van de grond, het ontwerp en de bouw van de eigen woning.)
Art. 3.1.8 Bro bepaalt dat bestemmingen, alsmede hun aansluiting op het aangrenzende gebied, worden vastgesteld met gebruikmaking van een duidelijke ondergrond. Bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt aangegeven welke ondergrond is gebruikt. Het kantoor huren tiel betrokken bestuursorgaan toont op verzoek het bestemmingsplan .op deze ondergrond.
Bestemmingsplan met voorlopige bestemmingen Het komt voor dat een bestemmingsplan uitvoeringsgericht is en dat er tussen het van kracht worden en de realisering van het bestemmingsplan geruime tijd ligt. Het is dan niet bezwaarlijk als er gedurende die tijd tijdelijk gebruik van de grond wordt gemaakt of gebouwen worden opgericht die in strijd zijn met de definitieve bestemming. Zolang de definitieve bestemming nog niet gerealiseerd moet worden, geldt een voorlopige bestemming (art. 3.2 Wro). Bij het opnemen van een voorlopige bestemming moet ook de definitieve bestemming worden vastgesteld. De gemeenteraad kan bij de voorlopige bestemming voorlopige regels opnemen. De maximale duur van de voorlopige bestemming is vijf jaren.
De Woningwet vermeldt in art. 45 de gevallen kantoor huren venlo waarin bij een bouwvergunning een instandhoudingstermijn mag worden opgenomen. Eén daarvan is de omstandigheid dat er een voorlopige bestemming geldt. Het komt er dan op neer dat er een definitieve bestemming geldt die nog niet gerealiseerd hoeft te worden, en een voorlopige bestemming. Een bouwvergunning die past in de voorlopige bestemming, moet verleend worden. Op die manier kan het bestaande gebruik kantoor huren amstelveen voortgezet worden en kan het bestemmingsplan in stappen worden uitgevoerd.
Bestemmingsplan met een bepaling over spoedige uitvoering Art. 3.4 Wro bepaalt dat bij een bestemmingsplan, voor zover het gronden betreft waarvan het gebruik afwijkt van het plan, een of meer onderdelen kunnen worden aangewezen ten aanzien waarvan de verwezenlijking in de naaste toekomst nodig wordt geacht. Het belang hiervan is dat de gebruikelijke bestemmingsplanprocedure kan worden versneld.

Geef een reactie