Communicatie met externe groepen

Gerelateerde afbeelding

Communicatie met externe groepen: communicatie als aspect van organisatiestrategie
Hoe krijgt een organisatie haar zin7 Hoe weet een organisatie (een bedrijf, maar ook een overheidsinstelling) de klant of burger te verleiden tot gewenst gedrag? Hoe gaat men om public affa1rs met pressiegroepen7 Men spreekt in het bedrijfsleven wel van ‘public affairs’ als aandachtsgebied dat in het bijzonder gericht is op behandeling van vraagstukken naar de publieksgroepen in de externe omgeving. In dit verband gaat het wat betreft communicatie vooral ook over het imago en de identiteit van een organisatie. imago Imago en identiteit gaan over de missie van een organisatie met haar sterke en zwakke 1dencire1t kanten. Veel organisaties merken tot hun schrik dat er in de praktijk verschil bestaat tussen hoe co-working space maastricht medewerkers hun organisatie beoordelen (identiteit) en hoe de organisatie door anderen wordt gewaardeerd (imago). Organisaties krijgen daar in toenemende mate mee te maken. Incidenten spelen hierbij een grote rol. Een incident blijkt langdurig negatief door te werken op de reputatie van een organisatie. De schade is vaak erg groot. Goed omgaan met incidenten wordt steeds belangrijker. Consistente informatieverschaffing naar binnen (medewerkers) en naar buiten (klanten, overheid) is daarbij essentieel, maar blijkt vaak nauwelijks te realiseren.
Imago en identiteit moeten in principe met elkaar in overeenstemming zijn. Een organisatie hoeft zich daarbij niet passief op te stellen. ImagobeĆÆnvloeding is met andere woorden dus ook een terrein van communicatie. Idealiter spoort de binnen een organisatie gewenste en beleefde werkelijkheid (identiteit) met de buiten de organisatie waargenomen werkelijkheid (imago). Imago en identiteit versterken elkaar dan. In de praktijk blijkt dit niet altijd het geval. Daarbij komt nog dat veel organisaties niet weten wat ze eraan kunnen doen.
De zeven ‘levensfasen’ van een lek in de bedrijfsgegevens 1 Geboorte Het lek wordt veelal bij toeval ontdekt. 2 Ontkenning De fabrikant ontkent het bestaan van het lek, het systeem is veilig. 3 Bagatellisering De fabrikant erkent het lek, maar meent dat het geen kwaad kan. 4 Vervreemding De fabrikant geeft toe dat het lek te exploiteren is, maar beweert dat het echte lek niet bij hem zit, maar bij de producten van het besturingssysteem. 5 Opwaardering van de kraker Het lek is niet meer weg te moffelen. De fabrikant is zeer onder de indruk van het intellectuele vermogen en het technisch vernuft van de kraker en benadrukt, met het verzoek tot enige radiostilte, dat alleen zeer slimme mensen, van het niveau van de co-working space amsterdam krakers, iets met het lek aan kunnen vangen. 6 Ongefundeerd optimisme Nu het lek toch de pers heeft gehaald en door jan-en-alleman wordt geĆ«xploiteerd, zal de fabrikant onmiddellijk een patch (een aanvullend programma) voorbereiden om het lek te dichten. 7 Realisme Het dichten van het lek vereist een fundamentele herziening van het product en de fabrikant presenteert het lek nu als uniek verschijnsel waar eigenlijk niemand buiten kan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *