Burgemeester en wethouder

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Voor bestaande bouw geldt die eis niet. Indien burgemeester en wethouders dit naar hun oordeel noodzakelijk achten, kunnen zij de eigenaar verplichten· deze nieuwbouwvoorzieningen aan te brengen. Burgemeester en wethouders moeten wel eerst trachten in minnelijk overleg en bij voorkeur op basis van beleidsregels tot een oplossing te komen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State accordeerde een aanschrijving van het dagelijks bestuur van het stadsdeel kantoor huren schiedam Westerpark van Amsterdam in haar uitspraak van 11 juni 2003, nummer 200204988/1:
‘Weliswaar moet een aanschrijving gezien worden als een uiterst middel en moet eerst geprobeerd worden de voorzieningen langs vrijwillige weg te laten treffen, maar nu is gebleken dat aan de aanschrijvingen langdurig overleg is voorafgegaan, waarbij ook de mogelijke splitsing en samenvoeging van woningen in de panden aan de orde is geweest, en appellante nog in de gelegenheid is gesteld zelf ( …) de in de aanschrijvingen opgenomen voorzieningen te treffen, kan naar het oordeel kantoor huren tiel van de Afdeling niet gesteld worden dat het dagelijks bestuur [appellante sub 2] niet in redelijkheid op grond van het in de notitie neergelegde beleid heeft kunnen aanschrijven tot het treffen van voorzieningen’.
5.6.2 De verplichting om gesloten gebouwen In gebruik of beheer te geven Een bijzondere aanschrijving betreft art. 14 Wonw. Dit is een middel om overlast te voorkomen vanuit leegstaande panden die zijn gesloten op grond van de Opiumwet of op grond van art. 174 of 174a Gemw. Na sluiting van panden -bijvoorbeeld ingevolge art. 97 Wonw – komt het voor, dat door gedragingen in het pand de openbare orde wordt verstoord, veelal als gevolg van druggebruik en -handel of andere illegale activiteiten. Burgemeester en wethouders kunnen de eigenaar of een ander persoon die daartoe bevoegd is, aanschrijven om het kantoor huren venlo pand in gebruik te geven aan een ander of aan een persoon die uit hoofde van beroep of bedrijf op het terrein van de huisvesting werkzaam is, of aan een instelling die op dat terrein werkzaam is, bijvoorbeeld een woningbouwvereniging. Het gebruik door een ander dan degene die is aangeschreven, zorgt ervoor dat het oorspronkelijke gedrag vanuit het pand niet meer plaatsvindt.
Burgemeester en wethouders dragen kantoor huren amsterdam zorg voor de bestuursrechtelijke handhaving van de Woningwet (subparagraaf 5.7.1). Bij ernstige overtredingen komt als uiterste middel strafrechtelijke handhaving aan de orde (subparagraaf 5.7.2). Daarnaast zijn er van rijkswege daartoe aangewezen ambtenaren, die er op toezien dat de Woningwet wordt uitgevoerd en gehandhaafd (subparagraaf 5.7.3).

De exploitatiebijdrage

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Vervolgens deelt de gemeente de totale kosten door het aantal gewogen basiseenheden om de exploitatiebijdrage per gewogen basiseenheid te vinden. Als de grondexploitatiekosten bijvoorbeeld €2.000.000 zouden bedragen, dan is de exploitatiebijdrage per gewogen eenheid: €2.000.000 : 100 = €20.000. Als de gemeente een bouwvergunning verstrekt voor twee kantoor huren schiedam vrijesectorwoningen, dan is de exploitatiebijdrage van de verkrijger van de bouwvergunning in dit rekenvoorbeeld 2 x 4 x €20.000 = €160.000. Van die €160.000 worden de inbrengwaarde van de grond en de grondexploitatiekosten die de bouwer zelf maakt op zijn perceel nog afgetrokken.
Afrekening Binnen drie maanden na uitvoering van de in een exploitatieplan voorziene werken, werkzaamheden en maatregelen stellen burgemeester en wethouders een afrekening van dat exploitatieplan vast (art. 6.20 Wro). De betaalde exploitatiebijdragen worden kantoor huren tiel herberekend op grond van de totale kosten en het totale aantal gewogen eenheden in het exploitatiegebied, waarbij dezelfde basiseenheden en gewichtsfactoren worden toegepast als bij de berekening van een betaalde exploitatiebijdrage.
Indien een herberekende exploitatiebijdrage meer dan vijf procent lager is dan een betaalde exploitatiebijdrage, betaalt de gemeente binnen een maand na vaststelling van de afrekening het verschil, voor zover het groter is dan vijf procent, naar evenredigheid terug met rente aan de houder destijds van de desbetreffende bouwvergunning, of diens rechtsopvolger. Indien ten minste negentig procent van de in het exploitatieplan begrote kosten is gerealiseerd, wordt op verzoek van de houder (destijds) van de desbetreffende bouwvergunning, of diens rechtsopvolger, voor de exploitatiebijdrage een afrekening opgesteld en wordt de terugbetaling voor zover groter dan vijf procent verricht. Belanghebbenden kunnen te weten komen welk percentage is gerealiseerd omdat in art. 6.2.8 Bro is voorgeschreven dat in de exploitatieopzet – en dus ook in kantoor huren venlo elke herziening – dit percentage wordt vermeld.
Tegen een besluit omtrent de afrekening en de herberekende exploitatiebijdrage kan beroep worden ingesteld. Na het besluit op een Awb-bezwaarschrift staat het beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State indien het een exploitatieplan betreft voor gronden begrepen in een gelijktijdig vastgesteld bestemmingsplan. In andere gevallen staat het beroep open bij de rechtbank (art. 8.2 lid 1 onder f Wro).
Indien de bijdrage niet betaald wordt, kunnen burgemeester en wethouders ingrijpen in de bouw: die mag niet beginnen of moet gestaakt worden. Wordt de betaling na drie maanden niet ontvangen, dan kunnen burgemeester en wethouders de bouwvergunning intrekken (art. 6.21 Wro).
Het kan voorkomen dat de in een exploitatieplan geraamde grondexploitatiekosten voor het treffen van voorzieningen op een bepaald kantoor huren amstelveen perceel de opbrengsten zullen overtreffen. In dat geval heeft degene die de kosten voor zijn rekening neemt, recht op een vergoeding op basis van het exploitatieplan. De gemeente verstrekt aan de bouwvergunninghouder op verzoek de verschuldigde financiële bijdrage indien de prestaties waaraan die bijdrage is gerelateerd, zijn verricht – de benodigde grond voor aanleg van een weg is bijvoorbeeld overgedragen (art. 6.22 Wro).

Provinciale aanwijzingen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Provinciale aanwijzingen Gedeputeerde Staten kunnen een bepaalde gemeenteraad de aanw11zmg geven om binnen een daarbij te bepalen termijn een bestemmingsplan vast te stellen overeenkomstig daarbij gegeven voorschriften omtrent de inhoud van dat bestemmingsplan (art. 4.2 Wro).
• Voorbeeld Er dreigt een kantoor huren schiedam bestemmingsplan geldend te worden waardoor gebouwd zou kunnen worden op gronden waar een provinciale weg is gepland.
Er wordt niet overgegaan tot het geven van de aanwijzing dan na overleg met burgemeester en wethouders en niet eerder dan vier weken nadat Provinciale Staten in kantoor huren tiel kennis zijn gesteld van het voornemen tot het nemen van het besluit. Bij het geven van de aanwijzing kunnen Gedeputeerde Staten verklaren dat een bestemmingsplan door de gemeente wordt voorbereid. Deze verklaring geldt als voorbereidingsbesluit. Een door Gedeputeerde Staten vastgesteld voorbereidingsbesluit wordt gelijkgesteld met een door de gemeenteraad vastgesteld voorbereidingsbesluit. Ter voorbereiding van kantoor huren venlo een besluit tot aanwijzing is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Er kan dus geen Awb-bezwaarschrift worden ingediend. Beroep staat open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De aanwijzing moet wel zo concreet zijn dat het om een bepaalde aangegeven locatie gaat, waarvan geen afwijking mogelijk is (art. 8.2 lid 1 onder f Wro).
4.5.3 Rijksregels Bij AMvB kunnen regels worden kantoor huren amstelveen gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en provinciale inpassingsplannen, projectbesluiten en beheersverordeningen indien nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken. Daarbij kan worden bepaald dat een regel slechts geldt voor een daarbij aangegeven gedeelte van het land.

Goede ruimtelijke onderbouwing

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De goede ruimtelijke onderbouwing bevat ten minste de elementen die vermeld staan in art. 5.1.3 Bro: het zijn vrijwel dezelfde onderwerpen als volgens art. 3.1.6 Bro aan de orde moeten komen in de toelichting van een bestemmingsplan. Bij het bestemmingsplan wordt een verantwoording gevraagd van de in het plan gemaakte keuze van bestemmingen, bij het projectbesluit kantoor huren schiedam een verantwoording van de in het besluit, in afwijking van het plan, gemaakte keuzen van activiteiten en met het besluit beoogde resultaten of doelen. Een projectbesluit vraagt dus dezelfde grondige voorbereiding als een bestemmingsplan. Het projectbesluit bevat evenals het bestemmingsplan een geometrische plaatsbepaling van het projectgebied en van de daarbinnen aangewezen fysieke resultaten of doeleinden. Procedure kantoor huren tiel projectbesluit De te volgen procedure is gelijk aan die van het bestemmingsplan (art. 3.11 Wro) met inbegrip van de bepalingen inzake de aanwijzing in art. 3.8 lid 2 t/m 6 Wro. Binnen een jaar nadat het projectbesluit onherroepelijk is geworden leggen burgemeester en wethouders een ontwerp voor een bestemmingsplan, overeenkomstig dat projectbesluit, ter inzage. Het ontwerp mag binnen drie jaren ter inzage worden gelegd als aannemelijk is dat de inpassing van het project samenvalt met de ‘reguliere’ bestemmingsplanherziening die binnen tien jaren moet plaatsvinden. Het ontwerp mag binnen vijf jaren ter inzage worden gelegd als aannemelijk is dat de inpassing van het project samenvalt met de inpassing van een ander project. Het andere project betreft of aangrenzende gronden, of kantoor huren venlo gronden die betrokken zijn in hetzelfde globale, uit te werken bestemmingsplan. Indien geen ruimtelijke ontwikkeling wordt voorzien kan in plaats van het tijdig ter inzage leggen van een ontwerp-bestemmingsplan een beheersverordening door de gemeenteraad worden vastgesteld (zie hierover paragraaf 4.4).
Het kiezen voor een projectbesluit heeft tot gevolg dat voorlopig geen rechten ter zake van gemeentelijke diensten die verband houden met het projectbesluit kunnen worden ingevorderd. Betaling van bouwleges voor het project bijvoorbeeld, kan niet meer worden afgedwongen. De invordering wordt opgeschort tot het tijdstip waarop het bestemmingsplan dan wel de kantoor huren amstelveen beheersverordening is vastgesteld waarin het project is ingepast. Als niet binnen zes maanden na het verstrijken van de al dan niet verlengde termijn het bestemmingsplan dan wel de beheersverordening is vastgesteld, vervalt zelfs de bevoegdheid om de rechten in te vorderen (art. 3.13 lid 4 Wro). Aldus is er een financiële prikkel om niet voor een projectbesluit te kiezen maar direct voor een bestemmingsplan.

De Woningwet

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Volgens de begripsbepalingen in het Bro is particulier opdrachtgeverschap: de situatie dat de burger of een groep van burgers – in dat laatste geval georganiseerd als rechtspersoon zonder winstoogmerk – volledige juridische zeggenschap heeft over en verantwoordelijkheid kantoor huren schiedam draagt voor het gebruik van de grond, het ontwerp en de bouw van de eigen woning.)
Art. 3.1.8 Bro bepaalt dat bestemmingen, alsmede hun aansluiting op het aangrenzende gebied, worden vastgesteld met gebruikmaking van een duidelijke ondergrond. Bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt aangegeven welke ondergrond is gebruikt. Het kantoor huren tiel betrokken bestuursorgaan toont op verzoek het bestemmingsplan .op deze ondergrond.
Bestemmingsplan met voorlopige bestemmingen Het komt voor dat een bestemmingsplan uitvoeringsgericht is en dat er tussen het van kracht worden en de realisering van het bestemmingsplan geruime tijd ligt. Het is dan niet bezwaarlijk als er gedurende die tijd tijdelijk gebruik van de grond wordt gemaakt of gebouwen worden opgericht die in strijd zijn met de definitieve bestemming. Zolang de definitieve bestemming nog niet gerealiseerd moet worden, geldt een voorlopige bestemming (art. 3.2 Wro). Bij het opnemen van een voorlopige bestemming moet ook de definitieve bestemming worden vastgesteld. De gemeenteraad kan bij de voorlopige bestemming voorlopige regels opnemen. De maximale duur van de voorlopige bestemming is vijf jaren.
De Woningwet vermeldt in art. 45 de gevallen kantoor huren venlo waarin bij een bouwvergunning een instandhoudingstermijn mag worden opgenomen. Eén daarvan is de omstandigheid dat er een voorlopige bestemming geldt. Het komt er dan op neer dat er een definitieve bestemming geldt die nog niet gerealiseerd hoeft te worden, en een voorlopige bestemming. Een bouwvergunning die past in de voorlopige bestemming, moet verleend worden. Op die manier kan het bestaande gebruik kantoor huren amstelveen voortgezet worden en kan het bestemmingsplan in stappen worden uitgevoerd.
Bestemmingsplan met een bepaling over spoedige uitvoering Art. 3.4 Wro bepaalt dat bij een bestemmingsplan, voor zover het gronden betreft waarvan het gebruik afwijkt van het plan, een of meer onderdelen kunnen worden aangewezen ten aanzien waarvan de verwezenlijking in de naaste toekomst nodig wordt geacht. Het belang hiervan is dat de gebruikelijke bestemmingsplanprocedure kan worden versneld.

Onverwijlde spoed

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Aangezien sprake was van onverwijlde spoed zag de voorzitter hierin aanleiding een voorlopige voorziening te treffen. Gelet anderzijds op het bedrijfsbelang dat de jonge nertsen, die op dat moment in de 12-rijige stal werden gehuisvest, konden opgroeien, zou kantoor huren schiedam de voorzitter een zodanige voorlopige voorziening treffen dat de huisvesting van nertsen in de 12-rijige stal tot uiterlijk 1 januari 1997 werd gedoogd. Uit het voorgaande volgde dat het verzoek om toepassing van art. 8:81 Awb gedeeltelijk voor inwilliging in aanmerking kwam. (ABRvS (Vz) 23 september 1996, nr. F03.96.0747, Nertsenfokkerij Boekel, BR 1997, blz. 311) Dwangsom Soms is het toepassen van bestuursdwang niet het meest geëigende middel om aan een illegale situatie een einde te maken. Met name bij permanente en herhaalde overtredingen is de toepassing van bestuursdwang niet altijd het meest geschikte instrument. Ook kan worden gedacht aan bijvoorbeeld een chemische fabriek, met veel werknemers en ingewikkelde chemische processen, die kantoor huren tiel een vergunningvoorschrift overtreedt. Bestuursdwang in de vorm van het sluiten van de inrichting is een veel te zwaar middel voor deze overtreding. Daarom heeft de wetgever de overheid, naast bestuursdwang nog een ander handhavingsinstrument in handen gegeven: de dwangsom. Voor de dwangsombepalingen in de Awb hebben de dwangsomartikelen van de Gemeentewet en Provinciewet model gestaan. Deze artikelen zijn inmiddels vervallen. Thans bepaalt art. 5:32 Awb dat een bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen, in de plaats daarvan aan de overtreder ook een last onder dwangsom kan opleggen. De kantoor huren venlo bedoeling van een dwangsom is om de overtreding ongedaan te maken of om verdere overtreding te voorkomen. Bij een dwangsom kan het gaan om een bedrag ineens of om een bedrag per tijdseenheid of per overtreding. In deze laatste gevallen moet een maximum worden bepaald (art. 5:32 lid 4 Awb). Met het oog op het evenredigheidsbeginsel bepaalt art. 5:32 lid 4 Awb verder dat de dwangsom in redelijke verhouding moet staan tot de zwaarte van het gelaedeerde (geschonden) belang enerzijds en de beoogde werking van de kantoor huren amstelveen dwangsombeschikking anderzijds.
Het opleggen van een enorme dwangsom om een illegaal gebouwd muurtje afgebroken te krijgen staat gelijk met het schieten met een kanon op een mug. Een dwangsom van een euro is in zo’n situatie echter ook een lachertje.

Bestuursrecht algemeen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Rechtsbescherming tegen het bestuur wordt verleend zowel door rechterlijke instanties (administratieve rechtspraak) als door het bestuur zelf (bezwaar en administratief beroep). Hierna worden de verschillen tussen beide vormen van rechtsbescherming flexplek huren maastricht besproken en de gevolgen van die verschillen voor de mate waarin de bestreden bestuurshandeling beoordeeld kan worden. Achtereenvolgens komen aan de orde de rechtsbescherming door de rechter en het bestuur, het onderscheid in bestuurshandelingen en mogelijkheden voor rechtsbescherming, de uitzonderingen op de normale Awb-procedure, en de klachtenbehandeling als mogelijkheid wanneer de overheid een burger niet fatsoenlijk behandelt.
3.2.1 Rechtsbescherming door rechter en bestuur In art. 1:4 en 5 Awb zijn definities te vinden van begrippen die van groot belang zijn voor inzicht in flexplek huren breda het leerstuk van de rechtsbescherming tegen het bestuur: administratieve rechtspraak, bezwaarschriftenprocedure en administratief beroep.
Administratieve rechtspraak Art. 1:4 Awb bepaalt dat onder administratieve rechter moet worden verstaan:
‘een onafhankelijk, bij de wet ingesteld orgaan dat met administratieve rechtspraak is belast’.
Administratieve rechters zijn er veel. De belangrijkste zijn: de administratieve kamers van de rechtbanken; de Afdeling bestuursrechtspraak van flexplek huren amsterdam de Raad van State de Colleges van Beroep voor het Bedrijfsleven; de Centrale Raad van Beroep; de belastingkamers van de gerechtshoven; de belastingkamer van de Hoge Raad.
De rol van elk van deze rechters in het administratieve proces is onderwerp van subparagraaf 3.3.5.
Bezwaarschriftenprocedure Art. 1:5 Awb bepaalt dat onder het maken van bezwaar moet worden verstaan:
‘het gebruikmaken van de ingevolge een wettelijk voorschrift bestaande bevoegdheid, voorziening tegen een besluit te vragen bij het bestuursorgaan flexplek huren haarlem dat het besluit heeft genomen’.
Art. 6:4 Awb sluit hierop aan door te bepalen dat het maken van bezwaar gebeurt door het indienen van een bezwaarschrift bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen.

Fotografisch-chemische afvalstoffen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

In haar verzoek om vergoeding van schade van 29 september 1995 had Van Vlodrop BV primair gesteld dat het appellant niet vrijstond het gevoerde beleid inzake fotografisch-chemische afvalstoffen te wijzigen. Daarnaast had Van Vlodrop BV (voor zover appellant van mening zou zijn dat de plotselinge ‘beleidsommezwaai’ wel gerechtvaardigd was) verzocht om schadeloosstelling op grond van art. 3:4 Awb. Het bezwaarschrift van 22 december 1995 en het flexplek huren maastricht beroepschrift van 13 maart 1996 noemden eveneens deze dubbele grondslag. De Afdeling begreep hieruit dat Van Vlodrop BV primair haar eis tot schadevergoeding baseerde op de haars inziens onrechtmatigheid van de beleidswijziging. Voor zover echter de gestelde beleidswijziging niet onrechtmatig was, had Van Vlodrop BV haar aanspraak op schadeloosstelling gebaseerd op het mede aan art. 3:4 Awb ten grondslag liggende beginsel dat bestuursorganen gehouden zijn onevenredige schade, toegebracht bij de behartiging van een openbaar belang, te vergoeden. De Afdeling stelde vast dat het verzoek niet was gebaseerd op art. 15.20 en 15.21 Wet flexplek huren breda milieubeheer (Wm), die een uitputtende regeling geven voor de vergoeding van schade die is veroorzaakt door de in die artikelen genoemde besluiten en wettelijke regelingen. Evenmin was het verzoek op een andere, specifieke wettelijke grondslag gebaseerd. De schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan op een verzoek om vergoeding van schade, die veroorzaakt zou zijn binnen het kader van de uitoefening door dat orgaan van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid, is (ook indien dat verzoek niet op een specifieke wettelijke grondslag is gebaseerd) een publiekrechtelijke rechtshandeling en dus een besluit als bedoeld in art. 1 :3 Awb. De Afdeling overwoog hiertoe het volgende. Een publiekrechtelijke rechtshandeling is een op rechtsgevolg gerichte beslissing van een bestuursorgaan, dat de bevoegdheid tot het nemen van die beslissing ontleent aan het publiekrecht. Zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 29 november 1996 (nr. E03.94. l 703, AB 1997/ 66) berust de bevoegdheid van een bestuursorgaan tot het nemen van een beslissing op een verzoek om vergoeding van schade, voor zover het schade betreft ten gevolge van de onrechtmatige uitoefening van een aan het publiekrecht ontleende flexplek huren amsterdam bevoegdheid, op het (in art. 6:162 BW en in art. 8:73 Awb tot uiting komende) algemeen geldende rechtsbeginsel, volgens welke degene die door aan hem toerekenbaar onrechtmatig
84 3 Bestuursrecht algemeen
handelen of nalaten schade heeft veroorzaakt, is gehouden die aan de benadeelde te vergoeden. Dit rechtsbeginsel is publiekrechtelijk van aard indien het zijn werking doet voelen in een door de uitoefening van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid ontstane rechtsverhouding. Uit de uitspraak van de Afdeling van 18 februari 1997 (inzake nr. E03.94.1886, JB 1997, 47) volgt dat de bevoegdheid tot het nemen van een beslissing op een verzoek om schadevergoeding, voor zover het schade betreft die is ontstaan door de rechtmatige uitoefening van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid, berust flexplek huren haarlem op het (mede aan art. 3:4 lid 2 Awb ten grondslag liggende) rechtsbeginsel van ‘égalité devant les charges publiques’ (gelijkheid voor openbare lasten). Op grond van dit beginsel zijn bestuursorganen gehouden tot compensatie van onevenredige (buiten het normale maatschappelijke risico vallende en op een beperkte groep burgers of instellingen drukkende) schade die is ontstaan in een door de uitoefening van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid ontstane rechtsverhouding.

Belastingen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Belastingen De drie belangrijkste inkomstenbronnen voor de gemeente zijn: de algemene uitkering uit het Gemeentefonds, de specifieke uitkeringen die bestemd zijn voor specifieke taken en de eigen inkomsten. De eigen inkomsten worden hoofdzakelijk flexplek huren maastricht verkregen uit belastingen, retributies (rechten) voor verleende diensten, gebruik van gemeentelijke bezittingen en tarieven voor leveringen. Alles bijeen liggen de eigen inkomsten van de gemeente op circa 10% van de totale inkomsten. De Gemeentewet bepaalt in art. 216 t/m 229 welke belastingen en retributies de gemeente kan heffen en welke regels daarbij gelden. Art. 230 t/m 25 7 Gemw gaan vervolgens over de heffing en invordering.
Volgens art. 216 Gemw besluit flexplek huren breda de raad tot het invoeren, wijzigen en afschaffen van gemeentelijke belastingen. Hij stelt daartoe een belastingverordening vast, waarin wordt vastgelegd wie de belastingplichtige is, waarover of waarvoor de belasting moet worden betaald, het tarief van de belasting en het tijdstip van ingang van de heffing. De belastingen die de gemeente volgens art. 219 Gemw kan heffen zijn: De onroerendezaakbelastingen (art. 220 Gemw). De onroerendezaakbelasting bestaat uit een belasting van eigenaren en beperkt zakelijk gerechtigden, en een belasting van gebruikers van onroerende zaken. De meest toegepaste heffingsgrondslag is de waarde in het economisch verkeer van de economische zaak, die voor een periode van maximaal vijf jaar mag worden vastgelegd. De gemeente is vrij in het bepalen van het tarief, mits het tarief voor de eigenarenheffing niet uitgaat flexplek huren amsterdam boven 125% van het tarief voor de gebruikersheffing. De baatbelasting (art. 222 Gemw). Deze belasting kan worden geheven van onroerende zaken die gebaat zijn door voorzieningen die de gemeente heeft aangelegd (bijvoorbeeld rioleringen, bestratingen). De hondenbelasting (art. 226 Gemw). Deze belasting wordt geheven van eigenaren van honden.
De woonforenzenbelasting (art. 223 Gemw). Deze belasting kan worden geheven van houders van tweede woningen. De toeristenbelasting (art. 224 Gemw). Deze belasting kan worden geheven voor (al dan niet) toeristisch verblijf in de gemeenten door personen die niet in de gemeenten zijn ingeschreven. De parkeerbelastingen (art. 225 Gemw). Deze belastingmogelijkheid biedt de gemeenten de mogelijkheid om het parkeren zonder te betalen bij parkeerapparatuur, fiscaal via het heffen van flexplek huren haarlem een navorderingsaanslag af te doen. Daarnaast kan de gemeente een belasting heffen voor het parkeren op de openbare weg krachtens vergunning. Een belasting op openbare aankondigingen (art. 227 Gemw). Deze belasting kan slechts betreffen openbare aankondigingen die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn.

Formele wetten

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De wetten die door regering en Staten-Generaal tot stand worden gebracht, heten formele wetten. Dit ter onderscheiding van het begrip materiële wetten. Formele wetten zijn het product van samenwerking van regering en StatenGeneraal. Met het begrip flexplek huren maastricht materiële wetten wordt aangeduid dat het gaat om algemeen verbindende voorschriften, ongeacht door welk orgaan deze wetten zijn vastgesteld. Welke organen buiten regering en Staten-Generaal bevoegd zijn om wetten uit te vaardigen, komt aan de orde in subparagraaf 2.5.1.
De begrippen ‘materiële’ en ‘formele’ wetten kunnen, zoals eerder gezegd, als volgt worden gecombineerd: 1 Materiële wetten die tevens formele wetten zijn. Dit zijn wetten gemaakt door regering en Staten-Generaal, die tevens algemeen verbindende voorschriften bevatten, zoals het Wetboek van Strafrecht, de Wet milieubeheer en de Woningwet. 2 Materiële wetten die niet tevens wetten in formele zin zijn. Dit zijn wetten afkomstig van andere organen dan de regering en flexplek huren breda Staten-Generaal, die tevens algemeen verbindende voorschriften bevatten, zoals de algemene plaatselijke verordening van de gemeente. 3 Formele wetten die niet tevens wetten in materiële zin zijn. Dit zijn wetten die gemaakt worden door regering en Staten-Generaal, maar geen algemeen verbindende voorschriften bevatten, zoals de begrotingswetten.
Naast de materiële en formele wetten zijn er de organieke wetten. Hiermee wordt bedoeld: door de Grondwet geëiste wetten. Op diverse plaatsen schrijft de Grondwet voor dat de wetgever wetten tot stand brengt.
• Voorbeeld Zo bepaalt bijvoorbeeld art. 1 32 Gw het volgende: de wet regelt de inrichting van provincies en gemeenten, alsmede de samenstelling en bevoegdheid van hun besturen. De wetten die de Grondwet hier verlangt zijn de Gemeentewet en de Provinciewet.
42 2 Staatsrecht algemeen
Wetten en regelingen komen via formele procedures tot stand en bestrijken alle een eigen rechtsgebied. Voor de praktijk is het van belang om te weten hoe de verschillende wetten en regelingen zich tot elkaar verhouden.
Totstandkoming wet- en regelgeving De procedure voor de totstandkoming van regelgeving hangt af van de soort wet of regeling, met andere woorden van welke instantie deze afkomstig is. De meeste wetten komen op initiatief van de regering tot stand. De Tweede Kamer heeft echter ook het recht om met wetsvoorstellen te komen. Voor wijziging van de Grondwet geldt een flexplek huren amsterdam verzwaarde procedure. Lagere regelingen dan een wet, zoals de AMvB, Koninklijke besluiten, ministeriële verordeningen en wetgeving van lagere overheden, kennen hun eigen procedure.
We tsontwerp De wijze van totstandkoming van een wet, waarbij het initiatief van de regering uitgaat, kan globaal als volgt worden omschreven, een en ander conform art. 82 t/m 88 Gw: 1 Een ministerie bereidt een wetsontwerp voor op een beleidsterrein waarvoor zij verantwoordelijk is, en voorziet dit van een toelichting genoemd ‘memorie van toelichting’. De desbetreffende vakminister brengt dit ontwerp ter besluitvorming in de ministerraad. (Op grond van het Reglement van Orde voor de flexplek huren haarlem vergaderingen van de ministerraad behoort de ministerraad te beslissen over elk wetsontwerp.) Wanneer deze met het ontwerp akkoord gaat, wordt het met koninklijke machtiging aan de Raad van State gezonden met het verzoek om advies. 2 De Raad van State brengt advies uit aan de Kroon. Dit advies is niet openbaar. Ervan uitgaande dat dit advies positief is, wordt het ontwerp vervolgens met memorie van toelichting ingediend bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal.